
Voor thuis of BSO · 5 minuten
Na school landen
Eerst uitrekken en bewegen, dan rustig op de grond eindigen.
- 1. Sterhouding1 minuut
- 2. Kathouding2 minuten
- 3. Kindhouding2 minuten
Voor thuis, in de klas of op de BSO. Kies een houding, bekijk de illustratie en probeer de kindvriendelijke variant op je eigen tempo.
Kies wat bij het moment past
Voor kinderen van ongeveer 5–12 jaar. De tijden zijn suggesties: sla iets over of stop eerder als dat fijner voelt.

Voor thuis of BSO · 5 minuten
Eerst uitrekken en bewegen, dan rustig op de grond eindigen.

Voor school of BSO · 3 minuten
Drie staande houdingen die weinig ruimte of materiaal vragen.

Voor thuis · 5 minuten
Een zachte reeks voor het einde van de dag, zonder doel om in slaap te vallen.
Oefen met een volwassene, forceer niets en stop bij pijn, duizeligheid of ongemak. Kinderen mogen altijd kiezen om te kijken of te rusten.
Ontdek de houdingen
Begin met stevig staan, bewegen en balanceren.
1Sta rechtop met je voeten prettig uit elkaar. Ontspan je schouders en kijk vooruit.
Wat je oefent: Voel hoe stevig je voeten op de grond staan.
2Zet je voeten uit elkaar en strek je armen wijd uit, als een ster.
Wat je oefent: Neem ruimte in en voel je stevig staan.
Fijne variant: Houd je knieën zacht en zorg voor ruimte om je heen.
3Buig je knieën een klein stukje, alsof je op een denkbeeldige stoel gaat zitten.
Wat je oefent: Voel je benen werken terwijl je rustig blijft ademen.
Fijne variant: Een kleine buiging is genoeg; kom rustig weer omhoog.
4Sta op één been. Laat de tenen van je andere voet op de grond, of plaats die voet tegen je enkel of kuit.
Wat je oefent: Kijk naar één punt en probeer rustig opnieuw als je wiebelt.
Fijne variant: Plaats je voet nooit tegen je knie. Een muur of stoel mag helpen.
5Zet één voet naar voren en één naar achteren. Buig je voorste knie prettig en reik met je armen omhoog.
Wat je oefent: Voel kracht in je benen en lengte in je bovenlijf.
Fijne variant: Maak je pas niet te groot en wissel daarna van kant.
6Sta wijd, buig je voorste knie en strek je armen in tegengestelde richtingen.
Wat je oefent: Oefen stevig staan en je aandacht één kant op richten.
Fijne variant: Houd de buiging klein en wissel na een paar ademhalingen van kant.
7Leun een beetje naar voren en maak vleugels met je armen. Laat de tenen van je achterste voet op de grond.
Wat je oefent: Speel met evenwicht zonder iets te hoeven bewijzen.
Fijne variant: Houd een stoel vast als dat fijner voelt.
8Sta wijd, draai één voet naar buiten en reik opzij. Laat je onderste hand op je scheenbeen rusten.
Wat je oefent: Merk op hoe beide zijkanten van je lichaam voelen.
Fijne variant: Reik niet verder dan prettig is; een blok kan steun geven.
9Reik met één arm omhoog en maak een kleine bocht opzij.
Wat je oefent: Voel de ruimte langs je zij en adem rustig door.
Fijne variant: Houd beide voeten op de grond en probeer ook de andere kant.
10Buig je knieën en vouw ontspannen naar voren. Laat hoofd en armen zacht hangen.
Wat je oefent: Laat spanning los zonder je tenen te hoeven raken.
Fijne variant: Kom langzaam omhoog; stop als je duizelig wordt.
Ontdek de houdingen
Speelse bewegingen dicht bij de grond.
11Zet je handen onder je schouders en je knieën onder je heupen. Maak een stevige tafel.
Wat je oefent: Voel hoe handen en knieën je dragen.
Fijne variant: Leg iets zachts onder je knieën als dat prettig is.
12Maak vanuit tafelhouding je rug rustig rond en kijk omlaag.
Wat je oefent: Merk op hoe je rug beweegt als je uitademt.
Fijne variant: Beweeg klein; druk niet op je polsen of rug.
13Open vanuit tafelhouding je borst een beetje en laat je rug zacht hol worden.
Wat je oefent: Voel het verschil tussen rond en open bewegen.
Fijne variant: Kijk maar een klein stukje omhoog; je nek blijft comfortabel.
14Strek vanuit tafelhouding één arm vooruit en het andere been achteruit.
Wat je oefent: Zoek een rustig evenwicht terwijl je blijft ademen.
Fijne variant: Begin met alleen een arm of been; wissel daarna van kant.
15Duw vanuit handen en knieën je heupen omhoog, als een omgekeerde V.
Wat je oefent: Voel lengte in je rug en steun in je handen.
Fijne variant: Je knieën mogen gebogen blijven; je hielen hoeven de grond niet te raken.
16Lig op je buik en til je borst maar een klein stukje op, met gebogen ellebogen.
Wat je oefent: Voel hoe je borst opent zonder te forceren.
Fijne variant: Laat je schouders zakken en stop als je rug pijn doet.
17Lig op je buik en steun op je onderarmen. Til je borst zacht op.
Wat je oefent: Oefen een open houding met ontspannen schouders.
Fijne variant: Houd de beweging klein en laat je rug comfortabel blijven.
Ontdek de houdingen
Rustig zitten en in je eigen tempo bewegen.
18Zit prettig met je benen gekruist en maak je rug lang.
Wat je oefent: Vind een houding waarin je rustig kunt blijven zitten.
Fijne variant: Gebruik een kussen of zit op een stoel als dat fijner is.
19Breng de voetzolen naar elkaar toe en laat je knieën prettig opzij vallen.
Wat je oefent: Voel hoe rustig zitten en bewegen samen kunnen gaan.
Fijne variant: Duw niet op je knieën; kussens kunnen ze ondersteunen.
20Ga op je knieën zitten en vouw naar voren. Laat je lichaam of voorhoofd op een kussen rusten als dat fijn is.
Wat je oefent: Neem een zachte pauze zonder iets te moeten doen.
Fijne variant: Kies een andere rusthouding als knieën, heupen of rug pijn doen.
21Zit rechtop met je benen voor je en leg je handen naast je neer.
Wat je oefent: Voel de lengte van je rug terwijl je zit.
Fijne variant: Buig je knieën een beetje als dat prettiger is.
22Zit met je benen voor je en buig maar een klein stukje naar voren.
Wat je oefent: Merk op wat prettig voelt in je rug en benen.
Fijne variant: Je tenen aanraken is niet het doel; buig je knieën gerust.
23Zit lang en draai je bovenlijf rustig een klein stukje opzij.
Wat je oefent: Ontdek hoe beide kanten van je lichaam voelen.
Fijne variant: Trek jezelf niet verder rond; probeer ook de andere kant.
24Zit met gebogen knieën, houd achter je bovenbenen vast en leun een beetje achterover.
Wat je oefent: Voel je buik meedoen terwijl je rustig ademt.
Fijne variant: Je voeten mogen op de grond blijven.
Ontdek de houdingen
Zachte houdingen voor de laatste minuten.
25Lig op je rug met gebogen knieën en je voeten op de grond. Til je heupen een klein stukje op.
Wat je oefent: Voel hoe je voeten je helpen dragen.
Fijne variant: Houd je nek rustig en laat je heupen langzaam zakken.
26Lig op je rug en breng je knieën zachtjes richting je lichaam.
Wat je oefent: Merk op hoe het voelt om even klein en rustig te worden.
Fijne variant: Trek niet hard aan je benen; één knie tegelijk mag ook.
27Lig op je rug met gebogen, open knieën. Houd achter je bovenbenen of je voeten vast.
Wat je oefent: Speel met zacht bewegen zonder te trekken.
Fijne variant: Laat je rug zwaar op de grond en kies de makkelijkste grip.
28Lig op je rug, breng je voetzolen bij elkaar en laat je knieën zacht opzij vallen.
Wat je oefent: Volg een paar rustige ademhalingen terwijl je ligt.
Fijne variant: Leg kussens onder je knieën als dat prettiger is.
29Ga comfortabel liggen en laat de muur je benen dragen.
Wat je oefent: Neem even de tijd om stil te liggen en je adem te voelen.
Fijne variant: Ga wat verder van de muur liggen of buig je knieën als dat fijner is.
30Lig prettig met ontspannen armen en benen. Je ogen mogen open blijven.
Wat je oefent: Geef je lichaam een rustige afronding.
Fijne variant: Een kussen of deken mag helpen; stil liggen hoeft niet lang.
Nog iets anders nodig?
De vertrouwde oefeningen uit onze eerdere bibliotheek staan hier nog steeds. Kat en koe kun je eerst apart proberen en daarna rustig samen bewegen.

Spanning en frustratie op een speelse manier laten zakken.
Let op: Doe rustig mee en stop als je licht in je hoofd wordt.

Vertraag de adem en geef een wiebelig lichaam een rustig ritme.
Let op: Niet duwen of veren. Leg kussens onder de knieën als dat prettiger zit.

Maak rug en schouders los na zitten en breng aandacht terug naar het lichaam.
Let op: Beweeg klein en rustig. Stop bij pijn aan polsen, knieën of rug.
In onze school- en BSO-programma's worden beweging, adem en de Rainbow Feelings-methode een herkenbaar onderdeel van de dag.
Deze speelse variaties zijn geschreven voor kinderen van ongeveer 5 tot 12 jaar. Laat ieder kind zijn eigen comfortabele vorm kiezen en houd oefeningen voor jonge kinderen kort.
Nee. Kies één of twee houdingen die op dat moment fijn voelen. Het gaat om nieuwsgierig bewegen, niet om de perfecte vorm of een volledige reeks.
Oefen onder toezicht van een volwassene, forceer niets en stop bij pijn, duizeligheid of ongemak. Gebruik een muur, stoel of kussen als steun waar dat prettig is.
Ja. The Mindful Kids verwerkt kinderyoga en ademspelletjes in workshops en programma's voor basisscholen, BSO en kinderopvang in Noord-Holland en omgeving.
Belangrijk: Deze speelse houdingen zijn bedoeld voor educatie en algemeen welzijn, niet als medische behandeling. Oefen onder toezicht van een volwassene, forceer nooit en stop bij pijn, duizeligheid of ongemak.